LEF (Patrick Loobuyck) en levensbeschouwelijke eindtermen

Inhakend op de jaarlijks terugkerende praktisch-organisatorische problemen aan het begin van het schooljaar die het systeem van keuzevakken met zich meebrengt, verscheen in november 2011 in diverse Vlaamse kranten een open brief waarin de vzw. LEF pleitte voor het invoeren van een onafhankelijk, verplicht en algemeen vormend vak over levensbeschouwing, ethiek, burgerschap en filosofie in alle jaren en netten van het Vlaamse leerplichtonderwijs. Zij wilde daarmee, zo stelden de briefschrijvers, “tegemoet komen aan het tekort aan levensbeschouwelijke – en dus cultureel-maatschappelijke – geletterdheid bij jongeren en het hiaat inzake burgerschapseducatie en filosofie in ons onderwijs dichten.” De basisfilosofie was dat de samenleving geseculariseerd is, en dus qua levensbeschouwing radicaal pluraal. En dat alle jongeren, ongeacht hun levensbeschouwing maximaal voorbereid [moeten] zijn om op een zinvolle manier hierin hun weg in te vinden . Voor meer info zie: www.levensbeschouwingen.be

De vraag die LEF stelt, is dus of ‘andere tijden’ niet om ‘andere vormen’ vragen. In de tijd van het Schoolpact managede men de morele, ethische en levensbeschouwelijke verschillen in de samenleving  door zuilen op te richten en die parallel (te laten) uitbouwen. De vraag die nu steeds nadrukkelijker wordt gesteld is of in een ontzuilde maatschappij dit systeem nog wel adequaat is.om de apart-gegeven vakken te vervangen door één geïntegreerd vak waarin zaken als burgerschap, ethiek, filosofie en levensbeschouwing worden samengebracht. De vraag lijkt me op zich legitiem, en als gedachtenexperiment is LEF valabel, maar maar ik vraag me af of men hier niet te snel gaat. Enkele principiële voorvragen moeten toch beantwoord worden:

  1.  Is levensbeschouwelijke vorming (= zaak van waarden, overtuigingen, persoonlijke en sociale attitudes) wel in ‘een gewoon schoolvak’ te vatten? Men doet dat nu ook, zou je kunnen tegenwerpen. Dat klopt, maar daar heeft men volgens het huidig systeem welbewust geen gewone leerkrachten aangesteld, maar de hele vakinhoud incl. persoonsvorming uitbesteed aan de erkende levensbeschouwelijke instituten, omdat zij de experts terzake zijn. De Levensbeschouwelijke vakken zijn op school bijzondere vakken.
  2. Wat is de verhouding van LEF (Loobuyck) of deze vakken (huidig systeem) tot het eveneens waardegeladen pedagogisch project van de school? Bij vrije scholen is dit duidelijk: het levensbeschouwelijk vak expliciteert het pedagogisch project van de school. Maar hoe zit dat bij het ‘officiële’ onderwijs?
    Daar is toch wel enige spanning te bespeuren. Is de omarming van het actief pluralisme (als vorm van ‘neutraliteit’) door het GO! wel de juiste weg? En zelfs dan : het Pedagogisch project van bijv. het GO! zit vol met pedagogische en andere waarden die contradictoir zijn met waarden en opvattingen uit sommige levensbeschouwingen. Ook het ministerie van onderwijs laat zich in de Vakoverschrijdende Eindtermen (VOET) bepaald niet waarde-neutraal uit over een aantal gevoelige zaken zoals homosexualitiet, discriminatie man/vrouw, etc. En terecht: een school is een maatschappelijke instelling en een waardevrije pedagogiek bestaat niet [als ze wel zou bestaan, zou ze waardeloos zijn], maar hier moet toch wel wat uitgeklaard worden, lijkt me [meer hierover in het stuk over de onderwijsnetten]